
41
NL
Geavanceerde printfuncties
Stempel verplaatsen
Raak de pijltjes [B/b/V/v] aan om de stempel naar de gewenste plaats te brengen.
5
Raak [ENTER] aan.
De stempel wordt op het beeld gefixeerd.
Opmerking
Eens u [ENTER] hebt aangeraakt, kunt u de stempel niet meer verplaatsen noch
wissen.
6
Herhaal stap 3 tot 6 om dezelfde stempel(s) te plakken.
De stempels worden op het beeld geplakt.
7
Raak (stempel) aan om de stempelstand te verlaten.
De tool-knop wordt geel.
U kunt een andere tool gebruiken, het Tool menu verlaten of het beeld
afdrukken (pagina 36).
Commenti su questo manuale