
20
NL
3 De print cartridge plaatsen
De print cartridge vervangen
Wanneer de print cartridge bijna leeg is, licht de cartridgefoutindicator op
en verschijnt er een foutbericht op het scherm.
Open het deksel van de cartridgehouder, duw op de uitwerphendel, verwijder
de gebruikte print cartridge en plaats de nieuwe cartridge.
Opmerkingen
•Steek nooit uw hand in de cartridgehouder. De thermische kop wordt zeer heet,
vooral na herhaald afdrukken.
•Wikkel het inktlint niet opnieuw op en gebruik geen opnieuw opgewonden print
cartridge om te printen. Als u dat toch doet, krijgt u geen goed printresultaat en kan
de printer zelfs defect raken.
•Als de print cartridge niet vastklikt, moet u ze verwijderen
en opnieuw inbrengen. Wikkel het inktlint in de richting
van het pijltje wanneer het niet strak genoeg is gespannen.
•Als er geen print cartridge is geplaatst wanneer u de printer aanzet, licht
de cartridgefoutindicator op.
•Hou de printcartridge bij het plaatsen verticaal om te voorkomen dat er stof op het
inktlint terechtkomt.
•Raak het inktlint niet aan en leg de print cartridge niet op een stoffige plek.
Vingerafdrukken of stof op het inktlint zijn nefast voor het afdrukresultaat.
•Vervang de print cartridge niet terwijl de printer werkt.
Opmerkingen bij het bewaren van de print cartridge
•Bewaar de print cartridge niet op een plek waar ze bloot staat aan hoge
temperaturen, hoge vochtigheid, overmatig stof of directe zonnestraling.
•Bewaar een deels gebruikte cartridge in de originele verpakking.
Uitwerphendel
cartridgefoutindicator
Commenti su questo manuale