
21
NL
"BT >"
(BLUETOOTH)
"BTAAC"
(BLUETOOTH
geavanceerde audio-
codering)
U kunt instellen of het systeem wel of niet AAC gebruikt
via BLUETOOTH.
"ON": AAC-codering wordt geactiveerd.
"OFF": AAC-codering wordt uitgeschakeld.
Indien u de "BTAAC"-instelling verandert met een
BLUETOOTH-apparaat aangesloten, heeft de nieuwe
instelling voor de codering uitsluitend effect op het
volgende apparaat dat wordt aangesloten.
"BTSTB"
(Stand-bystand
BLUETOOTH)
Deze functie is beschikbaar wanneer het systeem
informatie van het koppelen heeft. Het systeem staat ook
wanneer uitgeschakeld, in de BLUETOOTH-
standbyfunctie.
"ON": De BLUETOOTH-standbyfunctie is geactiveerd.
"OFF": De BLUETOOTH-standbyfunctie is uitgeschakeld.
"INFO"
(Informatie
BLUETOOTH-
apparaat)
De naam en het adres van het herkende BLUETOOTH-
apparaat worden op het display op het voorpaneel
getoond.
"NO DEVICE" verschijnt indien het systeem niet met een
BLUETOOTH-apparaat is verbonden.
"USB >" "REPT"
(Afspeelmodus)
"NONE": Afspelen van alle tracks.
"ONE": Een track wordt herhaald afgespeeld.
"FLDER": Alle tracks van een map worden herhaald
afgespeeld.
"RANDM": Herhalen van alle tracks in een map in een
willekeurige volgorde.
"ALL": Alle tracks worden herhaald afgespeeld.
"SYS >"
(Systeem)
"ASTBY"
(Automatische
stand-by)
"ON": De automatische standbyfunctie wordt
geactiveerd. Het systeem schakelt automatisch standby
wanneer het gedurende ongeveer 20 minuten niet
wordt bediend.
"OFF": Uit.
"VER"
(Versie)
De huidige versie van de firmware wordt op het display
op het voorpaneel getoond.
Menu-onderdelen Functie
Commenti su questo manuale