
20
NL
De opnameomstandigheden automatisch
herkennen (Scèneherkenning)
1
Raak (Opn.functie) t
(Slim automatisch
instellen) t of aan.
2
Richt de camera op het
onderwerp.
Wanneer de camera de scène
herkent, wordt (Schemer),
(Schemer-portret),
(Schemeropn. met statief),
(Tegenlichtopname),
(Portretopn. met tegenlicht),
(Landschap), (Macro) of
(Portretopname) afgebeeld.
Als de camera de scène niet herkent, wordt afgebeeld op het scherm van de
camera.
3
Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen
en druk daarna de ontspanknop helemaal in om het beeld op
te nemen.
Pictogram Scèneherkenning
Commenti su questo manuale